De zorg van morgen: een waardevolle zorg

Hoog tijd voor de uitvoering

Hoog tijd voor de uitvoering
José Manshanden

Door het verdwijnen van de AWBZ en de decentralisaties in het sociaal domein is ons zorgstelsel sinds 2015 ingrijpend bijgesteld. De kern van de veranderingen wordt gevormd door vernieuwde wetten: de ZVW, WLZ, WMO, Jeugdwet en Participatiewet. Uiteraard gaat zo’n grote verandering niet vanzelf. Het heeft veel onzekerheid gegeven voor cliënten en hun omgeving en voor zorgprofessionals. En ook veel negatieve publiciteit. De politieke reflex die hier op volgt is veel kamervragen stellen en maatregelen eisen om alle problemen snel op te lossen.

Maar willen we de transformatie echt laten slagen, dan is het laatste rapport van de Transitiecommissie Sociaal Domein (TSD) echt een aanrader “Praktijk aan de macht”. Met hen ben ik van mening dat we even vér moeten blijven van nieuw beleid of maatregelen. Het is hoog tijd om de uitvoering centraal te zetten en professionals en bestuurders te laten leren hoe ze binnen de vernieuwde kader kunnen doen wat nodig is. Niet meer en niet minder. Als we ons écht verdiepen in de uitvoering, dan leren we ook waarom het vaak nog niet lukt. Soms zitten formele regels in de weg, soms richtlijnen van de eigen organisatie of eigen overtuigingen. Professionals hebben onze ondersteuning nodig in de zoektocht naar het bieden van maatwerk en de nieuwe publieke waarden die hierbij horen. 

Gelukkig komt hier steeds meer oog voor. Er is zelfs sprake van de oprichting van een Uitvoeringsautoriteit: een nieuw platform voor professionals die met de voeten in de klei staan. Daarnaast zijn er inmiddels ook de nodige landelijke initiatieven die zwaar inzetten op het samen leren van de uitvoering. Enkele voorbeelden:  

  1. Samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Sinds 2014 bestaat het Jongeriusoverleg. Dit is een groep directeuren van verzekeraars, VWS en gemeenten, die regelmatig bij elkaar komen om van elkaar te leren en goede voorbeelden verder te brengen. Hun motto is: “geen klanten tussen wal en schip” en “we schuiven niet naar elkaar af”. Elke bijeenkomst staan goede praktijkvoorbeelden van concrete samenwerking tussen de financiers centraal. Bijvoorbeeld hoe huisartsen samenwerken met wijkteams door ‘welzijn op recept’ voor te schrijven of hoe sociale activering van GGZ-cliënten wordt gerealiseerd door FACT-teams te financieren uit zowel ZVW als WMO. 
  2. Grensvlakdiscussies. Het Jongeriusoverleg zoomt ook in op de grensvlakken tussen de WMO/ZVW/WLZ. Bijvoorbeeld bij de wijkverpleging en de hulp bij het huishouden, de GGZ en de noodzakelijke zorg voor herstel, en grens tussen 18-/18+. Begin september pleitte André Rouvoet (ZN) in dit kader bijv. voor meer scharrelruimte voor verzekeraars om de noodzakelijke financiële samenwerking aan te kunnen gaan. Door de uitvoering centraal te stellen, proberen we de grote financiële en organisatiebelangen even weg te houden uit de dagelijkse praktijk. Als we ruimte bieden om te leren hoe we de cliënt en zijn omgeving het beste kunnen ondersteunen, ontstaat er ook draagvlak voor oplossingen. Zelfs als die oplossingen in de praktijk over de grenzen van de wetten heen gaan.  
  3. Nieuwe opleiding van professionals. Door de transformatie die we voorstaan, wordt eigenlijk een heel nieuwe invulling van het werk van de professional gevraagd. Cliënten in eigen kracht zetten, hen ondersteunen in het voeren van regie over het eigen leven en tegelijk daarbij de juiste begeleiding bieden of de juiste voorzieningen beschikbaar stellen: makkelijker gezegd dan gedaan. Zowel hogescholen als beroepsverenigingen zijn druk bezig met nieuwe opleidingen in dit veranderende werkveld. De nieuwe eis van registratie van de jeugdprofessionals blijkt een goede motor om hier aandacht voor te vragen.
  4. Citydeal inclusieve stad. Een andere belangrijke loot aan de stam is het meer integraal werken. Vooral voor die gezinnen die van veel voorzieningen gebruik moeten maken is dit een cruciale factor. Het klinkt heel logisch dat de gemeente beter een huurschuld van 6000 euro kan betalen, dan de moeder op te nemen in de daklozenopvang en haar 2 kinderen onder te brengen in de jeugdzorg met verblijf. Het vraagt echter heel veel samenwerking en bereidheid over de eigen grenzen heen te kijken om dit voor elkaar te krijgen. Dat is precies wat de nieuwe Citydeal Inclusieve Stad, tussen het Rijk en vijf grote gemeenten, beoogt: ontschotten en samen leren door in 5 wijken vergaand te experimenteren met integraal werken, zoveel mogelijk voorzieningen te bundelen en waar mogelijk regels los te laten. 

Als we terugkijken op de afgelopen anderhalf jaar, kunnen we nu stellen dat er veel bordjes zijn verhangen. En dat er, ondanks alle onheilstijdingen vooraf, geen grote ongelukken zijn gebeurd. Dat is op zich al een grote prestatie. Tegelijk zien we ook dat we nog maar aan het begin staan van een betere uitvoeringspraktijk, van meer integrale zorg, dichterbij huis, meer regie bij de klant en meer maatwerk door de professional. Heel goed dat er nu van verschillende kanten veel aandacht komt voor het ondersteunen van de uitvoering. Dat we de professionals helpen te focussen op het goede gesprek met de cliënt en het bieden van de juiste hulp, in plaats van op het naleven van regels, protocollen en verantwoording. Dit vraagt om terughoudendheid én om betrokkenheid van de politiek. De zorg en ondersteuning in Nederland verdienen dit!

José Manshanden
Lid Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving en themadirecteur Sociaal van de gemeente Utrecht

Recente tweets
raadRVS
Zomerblog 3: Regelruimte voor toegankelijke zorg dezorgagenda.nl/484-2/ #dezorgagenda
@raadRVS retweeted
CEG
28 september: De ethiek van e-health in de spotlight ceg.nl/nieuws/bericht…
Alle tweets